[Magazine Kave=Choi Jae-hyuk] Voor de papierfabriek, op de terugweg van het werk, dwarrelt papierstof. Procesbeheerder Yoo Man-soo (Lee Byung-hun) heeft 25 jaar een stabiel leven geleid. Een huis met bijna afbetaalde hypotheek, een vrouw, Miri (Son Ye-jin), twee kinderen en een hond. Zijn wereld, waarin hij zichzelf ‘alles bereikt’ vond, stort in elkaar met de aankondiging van de herstructurering door de HR-afdeling. De basis van zijn ogenschijnlijk perfecte leven is volledig verdwenen.

In de vroege dagen van zijn werkloosheid is Man-soo optimistisch, vertrouwend op zijn ervaring. Maar de realiteit van de herplaatsingsmarkt is meedogenloos. Zijn indrukwekkende 25-jarige carrière wordt door HR-medewerkers gezien als een ‘onflexibele erfenis uit het verleden’. Terwijl jonge kandidaten tijdens groepsinterviews hun vloeiende vreemde taalvaardigheden tonen, valt Man-soo, die zelfs moeite heeft met het bedienen van de presentatie-afstandsbediening, genadeloos door de mand. Het is het moment waarop zijn trots als werknemer in de papierfabriek wordt verscheurd.
Dan komt het nieuws dat een papierbedrijf slechts één vacature voor een fabriekbeheerder heeft. Dit is niet zomaar een overstap, maar de laatste kans voor een ‘levensreset’. Man-soo analyseert de vacature en identificeert de concurrenten uit de branche. Geubum-mo (Lee Sung-min), die zijn hele leven met papier heeft gewerkt, Gosi-jo (Cha Seung-won), die momenteel als manager in een schoenenwinkel werkt, en Choi Seon-chul (Park Hee-soon), die nog steeds invloed heeft op de werkvloer, zijn de kandidaten.
Medelijden verandert in moordzucht
Terwijl hij zijn concurrenten observeert, wordt Man-soo overvallen door een vreemde emotie. Zij zijn ook, net als hij, middelbare mannen die door de maatschappij zijn afgewezen. Geubum-mo, die zijn cv op een oude typemachine typt, en zijn gezin dat leeft met de angst voor de toekomst, weerspiegelen Man-soo's eigen toekomst. In de schoenenwinkel van Gosi-jo co-existeren trots uit het verleden en de huidige ellende, terwijl in het verhaal van Seon-chul de illusie van ‘bedrijfsfamilialisme’ aan het licht komt.

Op dit punt bereikt Man-soo's lijden een scheve conclusie. "Als er toch maar één plek is, dan moet ik het zijn. Er is niets te doen." Wat aanvankelijk een klaagzang was, wordt geleidelijk aan zelfhypnose die zijn moraal verlamt. Man-soo plant fatale sabotage om ervoor te zorgen dat zijn concurrenten niet aan de interviews kunnen deelnemen. Ongelukken die als toeval worden gepresenteerd en bedreigingen die de grens overschrijden, leiden de film naar een volwaardige zwarte komedie-thriller.
De geboorte van de meest onhandige crimineel ter wereld
Man-soo's criminele activiteiten zijn eerder belachelijk en onhandig dan doordacht. Zelfs terwijl hij het huis van Geubum-mo bespioneert, wordt hij geraakt door hun harmonie, en hij deelt de ellende van werklozen met Gosi-jo. Hij rationaliseert met zijn woorden dat hij niets kan doen voor het geluk van zijn gezin, maar zijn blik wordt steeds leger. Zijn vrouw Miri merkt als eerste de veranderingen in haar man op. Terwijl Miri praktische oplossingen voor hun levensonderhoud zoekt, blijft Man-soo volharden met: "Ik weet alleen maar van papier." Het conflict tussen dit echtpaar snijdt scherp in de vragen die de film stelt over de economische realiteit.

Naarmate de tijd verstrijkt, stapelen angst en geheimen zich op rond Man-soo in plaats van begrip en troost. Wat begon als een kleine aanpassing, escaleert in een oncontroleerbare catastrofe, en Man-soo herhaalt nog steeds: "Er was niets te doen." De film volgt hardnekkig het einde van de oorlog die hij heeft ontketend. Aan het einde is het aan het publiek om de dubbelzinnige betekenis van de titel en de ongemakkelijke resonantie ervan te bevestigen.
Park Chan-wook legt nieuwe vormen van geweld vast, ‘ontslagbrief’
Regisseur Park Chan-wook belicht in dit werk niet de fysieke schade aan het lichaam, maar het geweld dat door het systeem wordt aangedaan. Herstructureringsaankondigingen, de formele troost van HR-medewerkers, aanmaningen voor achterstallige betalingen en andere alledaagse voorwerpen duwen de protagonist scherper naar de rand dan een moordwapen. Hij legt koel vast hoe het systeem van werk de individuen vernietigt, en voegt daar de kleur van zwarte komedie aan toe.
Als de oorspronkelijke roman ‘The Ax’ de Amerikaanse industriële herstructurering behandelde, heeft de film dit perfect overgebracht naar de Koreaanse realiteit. De verankerde werkonzekerheid en de crisisgevoelens van de middelbare generatie zijn overal op het scherm voelbaar. De titel ‘Er is niets te doen’ functioneert als een apparaat dat de taal tentoonstelt die in de Koreaanse samenleving wordt gebruikt als een middel van berusting en ontvluchting.
Lee Byung-hun voltooide de ‘gewone monster’ die de grenzen tussen schurk en slachtoffer vervaagt door zijn rol als Yoo Man-soo. Zijn subtiele gezichtsuitdrukkingen, die balanceren tussen vernedering en overlevingsinstinct, laten het publiek zowel veroordeling als medelijden voelen. Miri, gespeeld door Son Ye-jin, is een personage dat de realiteit koel onder ogen ziet zonder zich in sentimenten te verliezen, en voegt overtuigingskracht toe aan het verhaal.
Vier middelbare mannen, één tragisch lot
Geubum-mo (Lee Sung-min), Gosi-jo (Cha Seung-won) en Choi Seon-chul (Park Hee-soon) zijn een andere zelf van Man-soo en zijn angstige toekomst. Elke keer dat Man-soo probeert hen te verwijderen, wordt het publiek geconfronteerd met een bittere zelfbekentenis die verder gaat dan de spanning van een eenvoudige thriller. De kenmerkende mise-en-scène van regisseur Park Chan-wook is nog steeds aanwezig. Symbolische objecten zoals bonsai, die obsessie met controle symboliseren, en een verwelkte perenboom visualiseren effectief de innerlijke wereld van de personages.

De film heeft al erkenning gekregen voor zijn artistieke waarde op het internationale filmfestival van Venetië in 2025 en de publieksprijs op het Toronto International Film Festival. Dit bewijst dat de scherpe satire op de moderne arbeidsomgeving wereldwijd weerklank vindt. Onder het enorme systeem van het neoliberalisme is er een koude waarschuwing dat we allemaal potentiële ‘Man-soo’ kunnen worden.
Een verhaal dat jouw toekomst zou kunnen zijn
‘Er is niets te doen’ is een ongemakkelijke spiegel voor werknemers die de angst van herstructurering hebben ervaren. Terwijl je Man-soo's onhandige misdaden uitlacht, ontdek je jezelf al snel in zijn logica. Regisseur Park Chan-wook heeft zijn gebruikelijke gedurfde stijl afgezwakt en heeft de sociale structuur en de menselijke psychologie ontleed door middel van smaak en situationele ironie.
Ik raad deze film aan voor kijkers die een glimp willen opvangen van de harde realiteit van de Koreaanse samenleving. De film laat in plaats van antwoorden de zware vraag achter: “Hebben we echt niets kunnen doen?” Terwijl ze de bioscoop verlaten, zullen de kijkers zichzelf deze vraag stellen. Dit is de essentie van de filmervaring die meester Park Chan-wook biedt.

